Verhoging leeftijdsgrens lost eiceltekort niet op

Deze week verhoogde minister Schippers de leeftijd waarop een IVF-behandeling met donoreicellen is toegestaan van 45 naar 50 jaar. Goed nieuws volgens velen, ware het niet dat Nederland een schreeuwend tekort aan eicellen kent.

Op de site van patiëntenvereniging Freya wemelt het van de oproepjes. De media zijn naarstig op zoek naar vrouwen die ‘geholpen zijn’ met het besluit van Schippers. En natuurlijk zijn er vrouwen die deze week een gat in de lucht hebben gesprongen. Omdat ze nu meer tijd hebben om bovenaan die lange wachtlijst voor eiceldonatie terecht te komen. Of omdat ze iemand kennen die voor hen eiceldonor wil zijn en nu alsnog in aanmerking komen voor een behandeling. Maar voor de meeste Nederlandse vrouwen die een eicel nodig hebben maakt het vooralsnog weinig verschil. Sterker nog: de vraag zal alleen maar toenemen. Freya schrijft zelf op haar website: ‘De huidige wachttijd voor een donoreicel kan oplopen tot 8 jaar. Dit betekent dat deze verruiming op papier een oplossing lijkt te zijn, maar dat in de praktijk vaak niet is.’

Eiceldonoren zeldzaam
Vrouwen die hun eicellen afstaan aan een onbekende vrouw zijn zeldzaam. Een rondje langs de Nederlandse eicelbanken leert dat dat er bij elkaar opgeteld in heel Nederland slechts 88 zijn (UMC Utrecht: 45, Medisch Centrum Kinderwens (MCK): 38, AMC: 5). Het aantal geboortes dankzij eiceldonatie bij deze eicelbanken is 10 (UMC Utrecht: 3, MCK: 7). De wachtlijsten van UMC Utrecht en MCK zijn inmiddels gesloten, die van AMC is nog niet geopend. En dan is er nog het programma ‘Wensouders voor wensouders’ van Nij Geertgen. Daar valt de wachttijd voor een eicel mee: negen maanden tot een jaar. Daar wordt de wensouders gevraagd om ook vrijwillig zelf te doneren. Dus: heb je als stel een eicel nodig, dan kun je zelf zaad doneren, en andersom. Dit maakt niet alleen de wachttijd korter, maar ook het aantal geboortes dankzij eiceldonatie een stuk hoger: 77.

Droom waarmaken
Vrouwen die hun eicellen afstaan aan een eicelbank doen dat niet voor het geld – ze ontvangen immers alleen een onkostenvergoeding – maar puur uit altruïsme. En daar moeten ze wel wat voor over hebben; eiceldonatie is een belastende behandeling, in tegenstelling tot zaaddonatie. De eiceldonor ondergaat het eerste deel van een IVF-behandeling: hormonen injecteren om meerdere eicellen te laten rijpen en vervolgens een eicelpunctie. Marlon (35) heeft net haar eerste donatie achter de rug en hoopt dat alle publiciteit rondom de verhoging van de leeftijdsgrens vrouwen stimuleert om hetzelfde te doen. ‘Het spuiten van de hormonen is me erg meegevallen. Hormonaal stond het wel een beetje op zijn kop allemaal, ik moest wat vaker huilen, maar verder had ik nergens last van. De punctie was geen “eitje”, maar uiteindelijk was ik binnen een paar dagen weer de oude. Ik zou het denk ik zo weer doen, niet meteen, maar over een tijdje. Ook omdat het resultaat heel succesvol was: 10 eicellen die allemaal goed konden worden ingevroren. Toen ik dat telefoontje kreeg, had ik zo’n euforisch trots gevoel. Wat ik voor ogen had, was geslaagd: mensen een serieuze kans bieden om die droom waar te maken.’

Nooit aan de beurt
Veel vrouwen die geen welwillende zus of vriendin hebben blijven dus aangewezen op het buitenland, de hogere leeftijdsgrens ten spijt. Sandra – nu 42 – staat op het punt om af te reizen naar Spanje. ‘Onze eiceldonor is nu bezig met het spuiten van hormonen. Al zou ik in Nederland wachten tot ik 50 ben, ik kom waarschijnlijk nooit aan de beurt. Daarbij komt: ik probeer al jaren af te vallen, maar dat lukt me niet. En met mijn BMI willen ze me in Nederland überhaupt niet helpen.’ Lisa (37) staat op de – inmiddels gesloten – wachtlijst van het UMC Utrecht. ‘Ik heb me zo’n drie jaar geleden ingeschreven en de wachtlijst is nog steeds rond de zeven jaar.’ Prof. dr. Bart Fauser, hoogleraar voortplantingsgeneeskunde, is de oprichter van de bewuste eicelbank. Hij ziet met lede ogen aan dat de vraag in Nederland naar eicellen het aanbod ver overtreft. ‘We doen ontzettend ons best om vrouwen te motiveren om eiceldonor te worden, maar daar zou eigenlijk veel meer geld voor beschikbaar moeten zijn. Zonder vrouwen te pushen natuurlijk, want dat zijn on-Nederlandse praktijken.’

Risicovolle praktijken
Lisa, die zich de laatste jaren zo’n beetje heeft gespecialiseerd in eiceldonatie, kwam erachter dat de slagingspercentages in het buitenland vaak hoger zijn dan in Nederland. ‘Dat komt omdat ze daar eicellen van jongere donoren gebruiken. Vaak geldt er een ondergrens van 18 jaar en in Nederland zijn donoren vaak toch al 30+.’ Al met al lijkt het buitenland dus aanlokkelijk, hoewel patiënten worden overgeleverd aan hun eigen beoordeling – die niet zelden wordt vertroebeld door een allesoverheersende kinderwens – bij het kiezen van een kliniek. Sommige artsen bedienen zich van praktijken die in Nederland worden gezien als extreem risicovol. ‘Op Cyprus plaatsen ze bijvoorbeeld maar liefst vier embryo’s terug,’ weet Lisa. Bij meerlingzwangerschappen neemt het risico op vroeggeboorte en sterfte van de baby toe, maar ook de kans op zwangerschapscomplicaties zoals zwangerschapsvergiftiging. Ook Fauser ziet dat vrouwen soms in handen vallen van buitenlandse artsen die minder zorgvuldig handelen. ‘Deze vrouwen zijn vaak ten einde raad. En dan geloof je maar al te graag in een arts die je gouden bergen belooft.’

Anonieme donatie
Een ander aspect van buitenlandse eiceldonatie is dat in landen waar veel eiceldonoren beschikbaar zijn, donatie vaak bij wet anoniem is. Kinderen die geboren zijn uit eiceldonatie kunnen dus nooit achterhalen wie hun biologische moeder is. En daar wilden we in Nederland nu juist vanaf; sinds 2004 is het in Nederland niet toegestaan om anoniem zaad- of eicellen te doneren. Het kind kan als het zestien jaar is contact zoeken met de donor. Via deze buitenlandse omwegen krijgen Nederlandse stellen nu dus alsnog kinderen van anonieme donoren. Mirjam kreeg een aantal jaar terug een kind met behulp van een Spaanse eiceldonor. ‘Als wij ons hadden geschaard achter de Nederlandse wet, waren we niet naar Spanje gegaan en waren we dus ongewenst kinderloos gebleven. In Spanje is donatie juist per wet anoniem. Het is maar net welke keuze een land maakt. Mogen wij dan geen kind krijgen?’ Ook voor Sandra is het niet doorslaggevend. ‘Het kind groeit in mij en daarmee wordt het gewoon mijn kind. Omdat wij daar zelf zo gemakkelijk over denken, verwacht ik dat dit voor ons kind ook geen issue wordt. We hebben ook simpelweg geen keuze. Onze kinderwens verdwijnt niet zo maar.’

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*