Twinning tussen Nederland en Marokko uitdaging voor promovenda

Begin oktober promoveerde Franka Cadée op twinning, een concept waarbij verloskundigen uit verschillende landen onderling kennis en kunde uitwisselen. Ze kreeg het moeilijk met de uitkomsten van het project in Marokko. ‘Als onderzoeker kon ik enkel luisteren’.

Franka Cadée, verloskundige en president van de International Confederation of Midwives (ICM), onderzocht hoe twinning werkt en welke factoren invloed hebben, positief of negatief, op de verloskundige zorg in een land. Cadée begeleidde en onderzocht de samenwerking tussen verloskundigen uit Nederland en Sierra Leone (2013-2016) en tussen verloskundigen uit Nederland en Marokko (2014-2017). Tijdens de verdediging van haar proefschrift begin oktober vertelde Cadée dat haar onderzoek naar het project in Marokko haar grootste uitdaging was geweest.

Waarom heb je gekozen voor Marokko?
“We hadden daarvoor het project gedaan met Sierra Leone. Daar merkten we dat we snel vervielen in een ‘koloniale’ attitude, waarbij de Nederlanders de Sierra Leoners wel even zouden helpen. Maar als in een relatie de één de ander helpt is dat minder duurzaam, vooral als je wilt werken aan empowerment. Wat mensen namelijk sterker maakt is als ze iets kunnen delen met de ander, of als ze de ander iets kunnen geven. Als je alleen maar ontvangt, word je afhankelijk. Door deze uitkomsten wilde ik bij een volgend project het verschil tussen de landen die twinnen wat kleiner maken. Marokko is een land met veel middeninkomens. Bovendien hebben we een grote Marokkaanse bevolking in Nederland, wat de keuze voor Marokko heel relevant maakte voor de verloskundigen in Nederland.

Hoe was de twinning tussen Nederland en Marokko opgezet?
“We hebben Nederlandse verloskundigen aan Marokkaanse verbonden op basis van hun achtergrond en werkterrein, en zo zijn 16 koppels ontstaan. Als gezamenlijk doel hadden we het versterken van de stem van de verloskundige, dus dat zij meer op kan komen voor haar vak. De Nederlanders wilden daarnaast meer inzicht krijgen in de Marokkaanse bevolking in Nederland en leren hoe wij hen beter zouden kunnen bedienen. En de Marokkaanse verloskundigen wilden kijken hoe ze de geboortes in hun land minder konden medicaliseren. In Marokko zie je grote verschillen; in berggebieden heb je haast geen toegang tot een keizersnede als die nodig is, maar in de stad krijgt 60% van de zwangeren een keizersnede. Vrouwen met een hoger inkomen geloven vaak dat een keizersnede regelen bij de beste gynaecoloog de beste manier is om te bevallen. Verloskundigen hebben een slecht imago in Marokko, ook bij gynaecologen.

Op basis van deze doelen hebben we de koppels gevraagd: wat zouden jullie samen kunnen doen of ontwikkelen om een bijdrage te leveren aan dit doel? Bij twinning gaat het vooral om de weg die de koppels samen lopen, de groeiende verandering in henzelf. Maar het eindproduct van zo’n samenwerking is natuurlijk ook heel erg leuk. Soms was het hard werken, omdat koppels vastliepen op hun verschil in attitude, maar wat heel erg heeft geholpen is dat ze sterk gefocust waren op hun doel, dat helpt mensen er doorheen. Ze hebben erg mooie dingen neergezet uiteindelijk. Zo is er voor Nederland een film gemaakt om jongere Marokkaanse vrouwen aan te moedigen om verloskundige te worden. Dat is een beroep waar ze eigenlijk niet aan denken. Er zijn nog veel te weinig Marokkaanse verloskundigen in Nederland.”

Dit artikel lees je gratis. Je kunt onderaan het artikel een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven.

Hoe verliep de samenwerking?
“Regelmatig vervielen we toch weer in dat koloniale gedrag, waarbij de Nederlanders dachten de Marokkanen te moeten helpen. De meeste Marokkaanse verloskundigen beschreven een enorme persoonlijke groei, een gevoel van trots over zichzelf als verloskundige. Ze voelden zich onderdeel van een beweging aan verloskundigen, terwijl ze eerst dachten dat ze alleen waren. Dat heeft ze gesterkt. Ze vinden dat ze een aantal zaken hebben geleerd over hoe andere verloskundigen omgaan met praktische verloskundige zaken, en hebben het gevoel dat hun praktijk daardoor verbeterd is. De Nederlandse verloskundigen beschreven dat ze minder of geen groei hadden ervaren, alsof ze het eigenlijk allemaal al wisten. Dat klinkt wat negatief, maar ik denk wel dat dat is wat er gebeurde. Nederland denkt dat het Marokko helpt, maar daarin helpt Nederland zichzelf niet. Want door te denken dat je er boven staat, geef je jezelf geen kans om te leren. Op een enkeling na zeiden de Nederlandse verloskundigen dat ze weinig hadden geleerd, behalve om los te laten. De Nederlandse groep was erg planmatig, alles moest op een bepaalde manier, op een bepaalde tijd. Als dat niet lukte, waren ze erg teleurgesteld. Ik denk juist dat loslaten een van de grootste levenslessen is die je maar kunt krijgen. Ik vond het lastig dat ze dat zelf niet zagen.”

Wat vond je daar zo lastig aan?
“Ik was tegelijkertijd projectmanager en onderzoeker. Ik zag dat mensen aan beide kanten veel leerden en ik zag ook dat de Nederlanders dat regelmatig niet zagen. Ik kon mij soms schamen voor de Nederlandse groep. Maar als onderzoeker kon ik niet tegen ze zeggen: kom op, je leert toch dit of dat? Als onderzoeker kon ik enkel luisteren. Als ik me uit zou spreken, zou ik immers het onderzoek beïnvloeden. Daar had ik het erg moeilijk mee, het was mijn grootse uitdaging gedurende mijn promotietraject. Ik vond dat wat zij teruggaven niet de hele waarheid was. Dat is een dilemma waar volgens mij heel veel onderzoekers mee te maken krijgen. Ik denk dat het goed is als we ons als onderzoekers realiseren hoe betrokken we soms zijn bij ons onderwerp en dat dat voor- en nadelen heeft. Achteraf gezien is dat eigenlijk het beste deel van het project in Marokko geweest, misschien zelfs wel van mijn hele onderzoek. Ik voerde lange discussies met mijn supervisoren; hoe doe je het nou recht aan beide groepen? Want het kan natuurlijk best zo zijn dat ik last had van de Nederlanders omdat ik zelf ook Nederlands ben. Ik kan daardoor makkelijker kritisch zijn en ik moet ook niet idealiseren, ik bedoel; de Marokkanen waren ook niet altijd lieverdjes. Daar een balans in vinden was een worsteling voor mij. Daardoor heb ik veel geleerd over hoe je dat soort dingen aanpakt. Ik heb veel hulp gevraagd, ik heb met veel mensen erover gesproken. Dat is heel leerzaam voor me geweest, maar wel echt een lang proces.”

Hoe heb je het opgelost?
“Ik wilde deze uitkomst opschrijven op een waardige manier, waarin ik beide kanten recht deed. En tegelijkertijd wel eerlijk zijn. Wat ik er zelf van vond kon ik natuurlijk niet vertellen in mijn proefschrift, ik kon enkel mijn data laten spreken. Ik heb uiteindelijk in de discussie wel beschreven hoe complex twinning is. En dat de invloed van de maatschappij waarin we leven, van het cultuurverschil, ons heel erg kan aantasten. Ik denk dat het in relaties in het algemeen zo is, dat een klein beetje verschil het interessant maakt. Dan schuurt het een beetje, en daar leren we van. Maar als de verschillen te groot zijn, dan schuurt het te hard. Dan gaat het kapot.”

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het artikel de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Een grotere bijdrage mag natuurlijk ook. Als veel lezers dit doen, kan ik dit soort artikelen blijven schrijven. Dank je wel!

Mijn gekozen waardering € -

Je kunt je ook aanmelden als je een mail wilt ontvangen als ik een nieuw artikel publiceer.