De dochters van Tineke hebben valse adoptiepapieren

Adoptiefraude treft niet alleen geadopteerden, maar ook Nederlandse adoptieouders in het hart. In 1985 adopteerden Tineke (62) en haar toenmalige man een pasgeboren meisjestweeling uit Sri Lanka. Maar Miranda en Marleen (nu 35) bleken helemaal geen tweeling te zijn. “Misschien heb ik meegewerkt, onbedoeld, aan het stelen van kinderen.”

“Op televisie zag ik een jonge geadopteerde vrouw in tranen uitbarsten. Ze had ontdekt dat haar adoptiepapieren waren vervalst. In een uitzending van Zembla werd grootschalig adoptiebedrog in Sri Lanka in de jaren tachtig aan het licht gebracht. Sommige kinderen waren van hun ouders weggenomen, of ouders waren overgehaald om hun kind te laten adopteren. En dan waren er nog de acting mothers; vrouwen die zich tijdens de overdracht voordeden als de moeder van de baby, terwijl het hun kind helemaal niet was. Eerst dacht ik nog: dit gaat gelukkig niet over ons, wij hebben ons adoptiebureau met zorg uitgezocht. Maar toen in een tweede uitzending van Zembla hierover ook de naam van dat bureau werd genoemd, schrok ik me wild. Hadden wij dingen over het hoofd gezien? Waren wij bedrogen? Ik dacht terug aan het moment dat we de adoptiepapieren gingen tekenen. We zaten in het kleine kamertje van de advocaat, waar sinaasappelkistjes dienst deden als meubilair. Met potlood zetten we onze handtekening op een soort kladblaadje. Op dat moment verklaarden we dat voor onszelf als ‘moet je nagaan hoe arm ze hier zijn’. Nu denk ik: wat ontzettend dom, want zelfs in die landen gaat dit niet zo. Maar toen voelde dat tafereeltje voor ons als een bevestiging van waar wij voor stonden: twee kinderen uit de armoede halen.”

Een kind een toekomst geven

“Mijn toenmalige man en ik wilden na ons huwelijk in 1980 heel graag kinderen. Toen dat niet vanzelf ging, hebben we voor adoptie gekozen. Voor ons voelde dat als vanzelfsprekend. Ik ben na ons besluit bewust gestopt met werken. Hij verdiende genoeg en ik wilde er straks zijn voor de kinderen. Meervoud inderdaad, want we hadden aangegeven dat we graag twee kinderen tegelijk wilden adopteren. Twee keer achter elkaar een adoptieprocedure zou misschien te kostbaar voor ons worden, en we wilden er wel graag twee. Misschien konden ze dan iets aan elkaar hebben, zo redeneerden we. Het leek ons mooi; een kind een toekomst geven. In die tijd gingen er verhalen rond dat vrouwen in Sri Lanka bevielen op de steigers. Was de baby een meisje, dan werd ze gelijk in het water gegooid. Het raakte ons. Soms vraag ik me af of we naïef waren. We waren nog zo jong, ik was 21 toen ik trouwde. Het was natuurlijk een droom: wij krijgen een kind, en ook nog een kind dat anders geen toekomst zou hebben.

We hebben een adoptiebureau gezocht waar wij het beste gevoel bij hadden. Voor ons was dat belangrijk, want we wilden niet koste wat het kost een kind. In die tijd kwamen er negatieve berichten over één bepaald bureau naar buiten. Voor ons reden om niet met hen in zee te gaan. Het bureau van onze keuze leek goed georganiseerd en integer. Hun aanpak paste bij ons. Zij vonden dezelfde dingen als wij belangrijk, zoals dat wij zelf naar Sri Lanka zouden reizen om de kinderen op te halen. We konden kiezen of we jongens of meisjes wilden en we mochten zelfs gewenste uiterlijke kenmerken aangeven. Dat hebben we niet gedaan. Het enige wat we liever niet wilden was een kind van boven de vier, omdat we zelf nog jong waren en geen ervaring hadden met kinderen. Omdat we twee kinderen wilden, verwachtten we een iets ouder kind met een jonger broertje of zusje te krijgen. Want bij een adoptie van twee kinderen tegelijk zou het altijd om kinderen uit hetzelfde gezin gaan, zo was ons verteld. Dat vonden wij mooi, dat die kinderen niet uit elkaar gehaald werden. Na vier jaar werden we eindelijk gebeld met een voorstel: twee baby’s van een paar dagen oud, tweelingzusjes, mooier kon het haast niet. We waren vreselijk blij!”

Geen zussen

“Toen de meisjes opgroeiden, kon je aan hun uiterlijk zien dat ze een twee-eiige tweeling zijn. Ik had één foto van hun moeder, waarop zij hen allebei vasthoudt. Wij vonden dat Miranda op haar leek. Daardoor dacht Marleen dat zij op haar vader moest lijken. Ze was dan ook erg nieuwsgierig naar hem. Ergens heeft ze altijd vermoed dat er misschien iets niet klopte, omdat zij en Miranda zo verschillend zijn. Ik vond dat zelf niet zo vreemd, broers en zussen verschillen wel vaker van elkaar toch? Maar het gaf Marleen veel onrust. Bij Miranda speelde dit niet zo hevig. Toen ze in de twintig waren zijn ze een keer samen naar de huisarts geweest om een DNA-test te vragen, maar hij vertelde dat daarvoor het DNA van hun moeder nodig was. Marleen reageerde wanhopig; hoe moesten ze er dan achter zien te komen of ze echt tweelingzussen waren? Inmiddels is de techniek zo ver dat DNA van de moeder niet meer nodig is. Na die eerste uitzending van Zembla belde Marleen daarom meteen Miranda op: ‘En nú wil ik het echt weten’.

Dit artikel lees je gratis. Je kunt onderaan het artikel een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven.

Ik herinner me nog goed dat ze samen de uitslag van de DNA-test openden. Aan de tuintafel, de man van Miranda filmde het. Ik zat tegenover ze. Marleen keek me aan. ‘Niet hè,’ zei ze. ‘Niks.’ Ze waren geen zussen. Ik werd er helemaal koud van. Eerst was ik alleen maar boos. Daarna drong tot mij door welke impact dit bedrog zou hebben op mijn dochters. Het kleine beetje wortels dat ze hadden – dat ze zussen waren, dat de vrouw op de foto hun moeder was – werd nu ook nog onder ze vandaan geschoffeld. Miranda en Marleen waren ontzettend ontdaan, door alles wat ze op televisie over de mogelijke scenario’s hadden gehoord. Was de vrouw op de foto dan wel de moeder van een van hen? Waren ze ‘gemaakt’ om te verkopen? Of afgepakt van hun moeder? Niets was meer zeker. Toen ik thuiskwam heb ik vreselijk gehuild. Wat is mijn kinderen aangedaan? Ik vond het zo erg dat ze dit mee moesten maken.”

Het gaat niet om mij

“We zijn nu een paar jaar verder en het is bijna dagelijks in mijn gedachten. De vraag wat dit met mij doet écht toelaten, doe ik zelden. Ik merk dat ik mezelf bescherm door te zeggen dat het niet om mij gaat, maar om de adoptiekinderen die dit overkomt. En om het leed wat moeders in Sri Lanka is aangedaan. Ik ben er vaak erg verdrietig van, maar ik ben bang dat als ik mijn verdriet toesta, ik er niet goed genoeg kan zijn voor mijn dochters. Ik wil ze kunnen steunen in alles wat zij doen om met dit gegeven om te kunnen gaan.

Tot nu toe dacht ik elk jaar op 4 mei – de dag waarop Miranda en Marleen volgens de papieren geboren zijn – met respect terug aan hun moeder. Ik heb haar bij de adoptie ontmoet, haar aangeraakt. We hebben zelfs even een paar woorden met elkaar gewisseld, toen ik ontdekte dat zij een beetje Engels verstond. De vraag is of ik al die jaren onterecht respect heb gevoeld voor deze vrouw. Wellicht was zij zo’n acting mother en heeft ze niets met Miranda en Marleen te maken. Maar misschien is zij de moeder van een van hen, en is de ander erbij gestopt omdat wij graag twee kinderen wilden. Ik denk vaak aan hun moeders – wie het ook zijn. Misschien heb ik meegewerkt, onbedoeld, aan het stelen van kinderen. Ik voel de pijn die je zou kunnen voelen als je kind bij je weggehaald wordt, voor zo ver ik me dat al kan voorstellen. Ten koste van die pijn van twee moeders heb ik zelf heel veel geluk gevoeld en gekregen. Mijn dochters zijn niet meer weg te denken uit mijn leven. Ik ben hun moeder geworden, ik hou van ze.

Ik kan ze geen antwoorden geven, en dat doet pijn. Mijn grote wens is dat zij die antwoorden krijgen. Zodat zij weten welk verhaal zij een plek moeten proberen te geven. Het mooiste zou zijn als de antwoorden ervoor zouden zorgen dat ik mijn dochters terug kan brengen naar hun moeders. Geen moment ben ik bang dat ik ze hierdoor als dochters zou verliezen.”

Niet terug te draaien

“Miranda en Marleen zijn nu 35 en hebben zelf kinderen. Ze zijn prachtige persoonlijkheden die met het leven dat ze hebben heel gelukkig zijn. Dat is iets wat niet meer weg te denken is. Dat ze geen tweelingzussen blijken te zijn, heeft hun band alleen maar sterker gemaakt. Ze begrijpen nu beter waarom ze allebei zo anders zijn. Omdat we allemaal in hetzelfde dorp wonen, komen ze regelmatig bij me langs. We hebben een openhartige relatie. In deze periode waarin ze veel verdriet hebben van wat er is gebeurd, wil ik er volledig voor ze zijn. Ik kan ze niet behoeden voor de feiten, maar ik ben er voor ze als ze erover willen praten. Ik heb enorm veel respect voor hoe ze ermee omgaan. Ze zijn er natuurlijk wel mee bezig, maar ze laten zich niet afleiden van het geluk dat er op dit moment is. Doordat ze op het juiste moment ‘ho!’ kunnen zeggen tegen alle gedachten over de ware toedracht van hun adoptie, wordt het geen obsessie voor ze. Als zij negatieve gevoelens over hun adoptie uiten, ervaar ik dat niet alsof ze mij afwijzen. Dat staat voor mij volledig los van hun gevoelens over mij als hun moeder, en ons als gezin. Sommige mensen zeggen tegen mij: ‘Waarom zou je het hierover hebben? Ze hebben het toch goed bij jou, ze mogen jou dankbaar zijn.’ Daar word ik kriegelig van. Een kind mag zich dankbaar vóelen, maar het hoeft nooit verplicht dankbaar te zijn omdat jij het hebt opgevangen. Een kind heeft gewoon recht op liefde en geborgenheid.

Miranda en Marleen verwijten mij gelukkig niets. Ze weten dat hun vader en ik juist heel zorgvuldig waren in onze beslissingen. Ze hebben me gevraagd of ik niet van het bedrog had kunnen weten, of waarom ik niets vermoedde. Ik heb natuurlijk het adoptiebureau, dat nog steeds bestaat, benaderd, maar zij konden mij niet verder helpen. In hoeverre zij zelf meewerkten aan het bedrog, zal ik waarschijnlijk nooit te weten komen. Ik heb gedacht: had ik dit kunnen voorkomen? En: heb ik dit soort praktijken in stand gehouden omdat ik zo graag kinderen wilde? Maar ik kan het niet meer terugdraaien. Ik denk ook niet dat mijn dochters geholpen zijn met een moeder die zichzelf pijnigt met ‘had ik maar’. Bovendien: als ik het terug zou kunnen draaien, dan waren ze bij iemand anders terechtgekomen. Of ze waren er niet eens meer geweest. Daar moet ik niet aan denken. Dat ze in mijn leven zijn gekomen, in mijn hart zijn gaan zitten, dat is elke dag weer een cadeautje.”

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het artikel de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Een grotere bijdrage mag natuurlijk ook. Als veel lezers dit doen, kan ik dit soort artikelen blijven schrijven. Dank je wel!

Mijn gekozen waardering € -

Je kunt je ook aanmelden als je een mail wilt ontvangen als ik een nieuw artikel publiceer.